WONEN IN ITALIË – Even eruit
"Hoe lang kom je hier nu al?" vraagt Vilma mij, nu ik weer een weekje op Monteisola logeer. "Jouw vader was net overleden" antwoord ik haar. "Dat was in 2007!" antwoordt ze.
Ik herinner het me nog goed, die aprildag in 2007 toen ik voor het eerst hotel La Foresta binnen stapte. Op zoek naar een beetje rust. Mijn lieve Cor had intensieve verzorging nodig, papa leed aan Alzheimer en het werk ging ook gewoon door.
Ze hadden één ster, eenvoudige kamers zonder tv of ijskastje maar wel met uitzicht op het meer! Sindsdien heb ik er mijn vaste kamer, nummer 8. 's Nachts hoor je de eenden snateren en de golfjes van het meer.
Ik ga er bijna ieder jaar een weekje heen om te ontspannen en om een weekje met mijn vrienden bij te praten. Want vrienden zijn we geworden. Ik met de twee echtparen die destijds het hotel runden en met zoon Nicola die inmiddels de manager is.
Ik vind het ook heerlijk om 'ns ergens heen te gaan waar het vertrouwd is en waar ik alles al ken. Er valt niets te ontdekken, ik heb alles al gezien. Ik breng de dagen door met wandelen over het eiland, lezen, lekker eten en bijpraten met Antonia en Vilma.
Na het ontbijt loop ik altijd eerst naar de bar van Sandrino. Daar drink ik een cappuccino terwijl Sandrino monologen over de nationale en internationale nieuwsontwikkelingen houdt.
Vervolgens begin ik aan mijn ronde over het eiland.
Nu in de lente geniet ik van de bloeiende mimosa en rozemarijn langs de weg, de prachtige vergezichten op het meer, de geur van de citroenen...Ik drink een kopje koffie hier, eet een hapje daar. Overal kennen ze me en praten we even bij. Het is allemaal niet diepgravend maar toch warm.
Zo dronk ik in de bar van Tina in Siviano koffie met Anna uit de keuken van La Foresta. Haar moeder was net overleden, ik troostte haar, zij wist van mijn moeder, ze vertelde haar verhaal.
Weer op de weg stopte opeens een scooter. "Cristina!!" Het was Nadia. Toen ik vroeg hoe het met haar ging, vertelde ze dat ze een maagverkleining had ondergaan. En zo vertellen heel wat eilandbewoners me over de pieken en dalen in hun leven.
Als ik in restaurant "Il Sole" in Sensole uitgebreid lunch, hoef ik na afloop nagenoeg niets te betalen. "Hoe kan dit nou" vraag ik als ik het belachelijk lage bedrag op de rekening zie staan. "Ach je komt ons altijd even opzoeken en horen hoe het met ons gaat" zegt de eigenaresse van het restaurant. "Dit wil ik je graag terug geven."
's Middags lees ik even een uurtje op het terras van La Foresta of ik trek me terug op m'n kamer. Om vijf uur aperitivo op het terras of in de tv-hoek. 's Avonds zitten we in diezelfde tv-hoek wat te kletsen of we kijken naar een thriller. Antonia is altijd de laatste die naar bed gaat.
Tussendoor ga ik ook altijd een paar keer naar Iseo. Met de boot ben je er in een minuut of twintig. Eerst naar Paola van de boekhandel. Ze vliegt me om de hals. Het eerste wat ze zegt is:"Cristina weet je dat m'n moeder is overleden?" Ook al!
Ik had het al gehoord. Haar ogen staan vol tranen. We praten een hele tijd. We kunnen niets afspreken, ze heeft mijn berichten gemist, het is nog maar een maand geleden gebeurd.
Later op de kade, wachtend op de boot, heb ik een merkwaardige ontmoeting. Ik meen zangeres Gianna Nannini te herkennen van wie ik een groot fan ben. Ik vraag aan de vrouw in kwestie of ze het is, ze lacht en zegt: "Kom dan gaan we samen op de foto".
Als ik later met haar, haar vriendin en dochtertje de boot afloop Monteisola op en ze me vraagt of ik soms naar La Foresta ga, herken ik haar. Het is Mina van een pizzeria op Monteisola. Ze lijkt zo op Gianna Nannini dat ze op Sicilië de krant heeft gehaald.
Die meldde vol trots dat Gianna Nannini vakantie hield op het eiland. Zo wordt mijn blunder iets verzacht.
Morgen weer terug naar Mombarcaro. Ook fijn. Maar 3,5 uur rijden. Wat een verschil met vroeger als ik met een bezwaard hart aan de terugreis naar Nederland begon.


Jarenlang was het een droom. Een huis in Italië. Op vakantie stond ik steevast lang voor de etalage van de makelaar ter plaatse. Maar het moment was (nog) niet geschikt. Ik werkte nog, mijn geliefde was ziek, m’n ouders hadden steeds meer zorg nodig. Ik bleef dromen en fantaseren, allemaal heel veilig. Jaar na jaar ging voorbij. Er gebeurde veel. Cor ging dood, ik maakte een voettocht naar Rome, werd ontslagen en toen was daar opeens het moment van: nu of nooit.

